Ontwikkeling van het model

Het Mamiabcmodel van Stuseco, het Suryamodel van SPS en het CBMOD van Centrale Bank van Suriname (CBvS) zijn aan elkaar verwant. Ze zijn alle drie mede gebaseerd op het MACMIC model uit 1991 (maar vereenvoudigd, zo is de productie van de tien belangrijkste exportproducten endogeen in MACMIC maar exogeen in Suryamodel). Dit model van de SPS is in de eerste helft van de jaren negentig intensief gebruikt voor analyses gericht op de realisatie van monetaire stabiliteit, bijvoorbeeld het MOP94-98 dat de SPS in 1993 maakte.

Door personeelsmobiliteit was de institutionele kennis van SPS op dit gebied achteruit gegaan. Wel zijn in 1999 en 2001 nog updates van het model gemaakt. Begin november 2005 is begonnen met het revitaliseren van de kennis van SPS op dit gebied waarna twee stafleden van MEP intensief werden getrained onder leideing van Marein van Schaaijk. Hiermee is in 2006 het model zodanig geupdatet dat het maken van scenario’s mogelijk werd. Vanaf 2006 wordt het model intensief gebruikt door SPS om groeiscenario’s en beleidsmaatregelen door te rekenen en de resultaten te verwerken in diverse publicaties.


Van micro naar macro


In de praktijk bleek een macro model inclusief endogeen microblok (met productie, prijzen en investeringen voor ieder van de tien belangrijkste export producten ) te complex in gebruik. Daarom wordt nu een iteratieve aanpak gevolgd. In het Suryamodel zijn export, prijs en investeringen voor ieder van de tien belangrijkste exportproducten exogeen. Daarnaast bestaat, voorlopig alleen voor de rijstsector een apart microblok. De macro output (lonen, invoerprijs, arbeidsproductiviteit, indirecte belastingdruk etc.) wordt daar als exogene ingevoerd. Vervolgens wordt de prijs/kostenquote van rijst berekend, welke gevolgen heeft voor investeringen en productie van rijst in toekomstige jaren. Daarbij is het de bedoeling dat het microblokje niet mechanisch wordt gedraaid, maar dat er expert opinion aan wordt toegevoegd. De output van het microblok (productie van rijst etc.) wordt vervolgens als exogene in het macro model gestopt. Daarna wordt het macro model opnieuw gedraaid. Vervolgens kan de nieuwe output van het macro model in het microblok worden gestopt. Na enige iteraties worden de verschillen steeds kleiner (er wordt convergentie bereikt). Momenteel is er alleen een microblok voor rijst operationeel. Voor de andere producten kunnen we echter voorlopig werken op basis van expert opinion en projecties voorzover die beschikbaar zijn bij de diverse sectoren.


Ontwikkelingen van de afgelopen 5 jaar

In de periode 8 tot en met 10 januari 2007 heeft de Stichting Planbureau Suriname een conferentie macro-modeling georganiseerd waarbij 6 economen uit Suriname en 4 economen uit het buitenland, te weten Curacao, Aruba, St. Maarten en Nederland hebben deelgenomen. Alle deelnemende landen hebben presentaties gehouden en het Planbureau heeft ook voor breder publiek een presentatie gehouden samen met de participant van de VSB. De conferentie had als doel kennis te maken met de verschillende modellen, ervaringen uit te wisselen en te leren van elkaar omtrent de organisatie m.b.t. de databronnen en database welke nodig zijn om een model te onderhouden, uit te breiden, en verschillende modules die bij de modellen horen bij te werken. Bij uitbreiding wordt meer gedacht aan sectorale modules, bijvoorbeeld een energie/olie blok, een toerisme blok, een loon/koopkracht blok, waarbij het mogelijk wordt om effecten op de rest van de economie door te rekenen. Met het huidige model kunnen niet van alle maatregelen, effecten worden berekend. Hiervoor zijn er speciale modules nodig dus verdere training van de economen die met de modellen werken is noodzakelijk.

In 2007 en 2010 zijn medewerkers van de afdeling naar Nederland vertrokken voor onderhoudstraining van het model. Hierbij maakten ook collega’s van het Ministerie van Financien en het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) deel uit van de delegatie. In 2008 en 2009 is de heer van Schaaijk in Suriname geweest en zijn er workshops gehouden op het Planbureau en het ABS. Bij de training van 2010 werd aandacht besteedt aan de ontwikkeling van een Input-Output tabel 2007 voor Suriname, en de vertaalslag naar een Cumulative Production Structure (CPS) matrix. Deze is nodig om de BBP ramingen naar bedrijfstak consistent te maken met BBP naar bestedingen (consumptie, investeringen, export, import). Vervolgens werd de CPS matrix gebruikt om het Suryamodel uit te breiden met een bedrijfstakken module, en de coëficiënten in invoerfunctie en kostprijsfuncties te verbeteren. Daarna zijn ramingen mogelijk die consistent zijn tussen bestedingen en bedrijfstakken. Dat is met name voor Suriname van belang om de mijnbouw (aluinaarde, olie, goud) goed in relatie met de rest van de economie te kunnen analyseren. Ook de consequenties voor de Overheidsinkomsten komen in beeld. Met het model wordt elk jaar een outlook berekend voor het lopend jaar en jaar daarop. In 2011 wordt er gewerkt aan verdere verbetering van het model om plausibele uitkomsten van veschillende scenario’s te kunnen presenteren voor 5 jaar.