Planbureau publiceert Macro-economische Verkenningen

De Stichting Planbureau Suriname (SPS) is uitgekomen met de publicatie Macro-economische Verkenningen 2005-2011. In deze editie is behalve macro-economische ontwikkelingen in de periode 2005- juni 2010, de recente projectie opgenomen van de economische groei voor 2010 en 2011. Aan de orde komt de ontwikkeling van onder meer de productie, de overheidsfinanciën de staatsschuld, de betalingsbalans, lonen, prijzen en koopkracht.

Het Bruto Binnenlands Product tegen basis- en marktprijzen, relatieve aandelen sectoren en macro-economische grootheden 2005 - 2011
Omschrijving 2005* 2006* 2007* 2008* 2009** 2010** 2011
Groeicijfers in procenten
BBP mp (1990) formeel en informeel 4,6% 3,8% 5,1% 4,7% 3,1% 3,8% 2,5%
Primaire sector (agrarisch en mijnbouw) 4,9% 6,5% 11,5% -0,9% 1,6% 0,3% -0,1%
Secundaire sector (industrie, nutsvoorz. en constructie) 8.2% 4.1% 3.7% 1.7% 5.5% 4.5% -3.7%
Tertiaire sector (dienstverlening) 7.5% 3.2% 3.8% 5.5% -0.5% 3.4% 3.5%
Informele sector -6.9% 3.0% 6.1% 9.9% 12.6% 7.9% 7.9%
Relatieve aandelen sectoren in BBP tegen basisprijzen.
Formeel en informeel in procenten:
Primaire sector 15.8 16.3 17.1 17.9 16.7 16.2 15,3
Secundaire sector 26.9 28.3 28.9 29.1 26.9 27.5 24.7
Tertiaire sector 41.8 39.9 38.6 37.3 39.2 38.4 40.2
Informele sector 15.5 15.5 15.4 15.7 17.2 17.9 19.8
Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Macro-economische aggregaten.
Formeel en informeel (x SRD 1000)
Bruto Binnenlands Product markt prijzen 4899020 5850960 6640963 8414269 8926364 10173844 10966585
Bruto Binnenlands Product markt prijzen (1990=100) 5484 5693 5984 6265 6459 6703 6869
Bruto Nationaal Inkomen (markt prijzen) 4786227 5700428 6663907 8471815 8941098 10188684 10981425
Beschikbaar Inkomen 4847776 5800876 6880472 8714509 9186572 10451044 11243785
Nationaal Inkomen per capita in SRD 9600 11305 13067 16385 17059 19246 20538
Bron: Algemeen Bureau voor de Statistiek (2005-2009), Stichting Planbureau Suriname (2010 en 2011)
Bewerking: Stichting Planbureau Suriname
*) Voorlopige cijfers, **) Projecties


Uit de analyse blijkt dat in de evaluatieperiode 2005-2009 de gemiddelde economische groei inclusief de informele sector 4,2% bedroeg. De groei in 2009 is geschat op 3,1%. De informele sector heeft gemiddeld over de periode bekeken een aandeel in het BBP van ca.16,7%. De groeiverwachting voor 2010 en 2011 ligt respectievelijk rond de 3,8% en 2,5%. In bovenstaande tabel zijn samengestelde cijfers opgenomen, waarbij het BBP groeicijfer is opgesplitst in de primaire, secundaire, tertiaire en informele sector. De tabel geeft ook de relatieve aandelen van deze sectoren binnen het BBP aan. De primaire sector heeft het minste aandeel in het BBP. De sector met het grootste aandeel is de tertiare sector (dienstverlening) met een gemiddelde over de periode 2005-2011 van 39%.

De groei van 2005-2009 wordt wat de formele sector betreft hoofdzakelijk toegeschreven aan de primaire sector: mijnbouw, de secundaire sector: mijnbouwverwerking, bouw en constructie en nutsvoorzieningen en de tertiaire sector: (transport, opslag en communicatie, handel, hotels en restaurants ). De recente groeiverwachting voor 2010 (3,8%) en 2011 (2,5%) zijn voorlopige cijfers, omdat niet van alle subsectoren informatie is verkregen. De volgende sectoren leverden een belangerijke bijdrage aan het groeicijfer te weten: Goudertswinning nam toe met 7,1% en de aluinaarde productie vertoonde een tijdelijke toename van 36,7% in 2010, vanwege een technisch probleem bij een van de raffinaderijen van Alcoa in Brazilië kwam er extra bauxiet beschikbaar voor Suralco ter verwerking in de periode mei tot en met december 2010. De handel groeide met 7,9%, evenals de informele sector. Bij de nutsvoorzieningen is de aanname hetzelfde groeicijfer van 2009, nl. 4,1%. In 2011 spelen de tertiaire en informele sector en belangrijke rol. De groei binnen de secundaire sector neemt af vanwege een terugval van de aluinaarde producutie naar het niveau van 2009. De subsectoren goud en olie blijven op hetzelfde niveau in 2011 ten opzichte van 2010 volgens opgegeven projectie van de maatschappijen.
De formele werkgelegenheid is in periode 2005-2009 met ca. 1,2% per jaar gemiddeld toegenomen. Zowel de overheidsinkomsten als -uitgaven vertonen in de periode 2005-2009 een stijgende trend. De totale uitgaven zijn in 2009 in vergelijking met 2005 toegenomen met ca. 98,6 %, van ca. SRD 1.437 mln in 2005 naar ca. SRD 2.855 mln in 2009. De totale ontvangsten zijn in 2009 ten opzichte van 2005 toegenomen met ca. 94,4%, van circa SRD 1.401 mln in 2005 tot circa SRD 2.724 mln in 2009. De totale export en import vertoonden een stijgende trend en de statistieken geven aan dat sinds 2004 de handelsbalans op transactiebasis positief is. De stijging van de export en het handelsoverschot is toe te schrijven aan de mijnbouwsector (voornamelijk goud en aluinaarde). De importen op kasbasis stegen met 64% in 2009 ten opzichte van 2005 en daalden met ca. 11% ten opzichte van 2008. De exporten stegen in 2009 met ca. 76% ten opzichte van 2005 en daalden met 16,5% ten opzichte van 2008. De binnenlandse liquiditeitenmassa (M2) is tussen 2005 en 2009 gestegen van SRD 880 mln naar SRD 1961 mln. De toename in de periode 2005-2008 is voornamelijk het gevolg geweest van de liquiditeitstoevoer uit het buitenland. In 2009 is de stijging ook het gevolg van een toename in de liquiditeitscreatie vanwege de Overheid van SRD 222 mln. Ook de kredietverlening aan de particuliere sector groeide sterk in 2008 en 2009, respectievelijk 25% en 32%. De gemiddelde inflatie in 2010 is ca. 7%.
Ten aanzien van de gemiddelde koopkracht van het algemeen ambtelijk kader bij de Overheid was in 2009 nog sprake van een stijging ten opzichte van 2008 met ca. 22,5%. In 2010 is er een koopkrachtdaling te zien ten opzichte van 2009 van gemiddeld 3%. Oorzaak is een stijging van het inflatiecijfer ten opzichte van 2009, die -0,1% bedroeg.