INRICHTINGSIDEALEN EN BEHUIZING PLANBUREAU
Informatie uit de archieven van de Stichting Planbureau Suriname.

Gouverneur Mr. J. Klaasesz, voorzitter van het Planbureau
Het Coordinatie College voor Suriname, genaamd het Planbureau, ressorteerde anno 1950 onder het Nederlandse MINISTERIE VOOR UNIEZAKEN EN OVERZEESE RIJKSDELEN, AFDELING SURINAME/NED. ANTILLEN. Het college bestond uit Suriname vertegenwoordigende en Nederland vertegenwordigende leden die respectievelijk in Paramaribo en Den haag gevestigd waren.
In Paramaribo was de voorzitter gehuidsvest in het Gouvernementshuis en in Den Haag aan de Kneuterdijk 6.
Behuizing van de Voorzitter van het Planbureau in 1950, Gouverneur van Suriname, Mr. J. Klaasesz

Inrichtingsidealen
Passages terzake uit brieven van Professor van Lier in 1950, geven uiting aan zijn zorgen om het garanderen van een politiek onafhankelijke leiding van het Planbureau.

- Er dreigt in de boezem van ons Planbureau een opvatting te ontstaan, die zowel de inwendige structuur als het voortbestaan ervan in ernstig gevaar brengt, indien zij ingang en daardoor toepassing zou vinden. Het is de opvatting welke tot uiting komt in de missive Kabinet No. 592 Geheim d.d. 2 Oktober 1950 van de Gouveneur van Suriname aan minister Götzen, van welk schrijven de beide andere leden van het Planbureau mochten kennisnemen.
Het geval is namelijk, dat bij de opzet van het Planbureau ervan uitgegaan werd, dat een noodzakelijk en integrerend deel daarvan “de stem van Suriname” moest zijn, een stem die tot uitdrukking zou moeten brengen datgene wat specifiek Surinaams dient te zijn in elke planning die de gehele plaatselijke maatschappij op de duur raakt. Die stem zou dus afkomstig moeten zijn van iemand die deze maatschappij door en door, in al haar geledingen en in haar gehele problematiek kent, en die deswege bij het toetsingsproces, ja bij de gehele procedure van eerste concept tot realisatie, er voor zou kunnen waken, dat aan die specifieke eisen wordt voldaan. Zijn Surinamerschap zou tezamen met zijn deskundigheid de waarborg moeten vormen voor de beantwoording aan deze conditio sine qua non. Het lag dan ook in de rede, dat juist de sociaal-culturele sector in het bijzonder aan dit lid zou worden toevertrouwd. Ik ben mij er volkomen van bewust, dat de keuze op mij viel bij gebrek aan een betere.’ Kan die betere in de naaste toekomst gevonden worden, dan is het volkomen juist dat de keuze alsnog gewijzigd wordt op die grond. In bovengenoemde missive wordt echter de eventualiteit van een andere grond gesteld, en het is deze opvatting die ik hier bestrijden moet. Waar is immers de Surinamer te vinden, die niet voor de een of andere locale groep politiek aanvechtbaar (bij de Surinaamse felheid “onaanvaardbaar”) is, of het elk ogenblik dat zijn meningen niet stroken met die van de een of andere groep, wordt? Datzelfde geldt trouwens ook voor de Nederlandse leden van het Planbureau,.’
..‘Wanneer daartegenover de gebiedende eis gesteld wordt, dat het Planbureau moet werken in een buiten-politieke sfeer, dan moet dit alleszins juiste beginsel zo worden opgevat, dat het Planbureau onbeïnvloed door locale grillen de continuiteit van zijn werkzaamheden heeft te waarborgen door een zodanige keuze van personen aan de top, dat politieke calamiteiten of de “seismische verschijnselen” die in elke wordende maatschappij waarneembaar zijn, deze personen noch in hun maatschappelijke status, noch in hun objectiveringsvermogen kunnen raken, dank zij hun “onaantastbare” persoonlijkheid. Bij deze keuze moet dan ook karaktervastheid een doorslaggevend vereiste zijn.’
....’Het Planbureau is geen Surinaamse aangelegenheid alleen. Het is evenmin een Nederlandse aangelegenheid alleen. Het kan in zijn volle omvang en consequenties dóórgedacht, alleen gezien worden als een Rijksaangelegenheid. Het steunt op, en is de organieke uiting van de Rijksgedachte, bijzonder zoals deze is neergelegd in het artikel betreffende onderlinge hulp en bijstand, assistentie vooral van de sterkere jegens de zwakkere rijkspartner. Dit impliceert ook het bovenpolitiek karakter dat het Planbureau als ideaal voor ogen moet zweven, ook zonder dat een dergelijk ideaal in de realiteit ooit ten volle bereikbaar zal zijn, omdat het niet kan’.-


Oprichting Stichting Planbureau Suriname en opheffing Coordinatie Commissie(CC) voor Suriname
Bij Besluit van de Gouveneur van Suriname no 3830 d.d. 3 augustus 1951 blijkt, dat Dr. E.J. à Campo en Prof. Dr. R.A. J van Lier benoemd zijn tot Directeur van de op 30 juli 1951 opgerichte Stichting Planbureau Suriname. Mededeling hiervan wordt gedaan aan Afdeling den Haag middels schrijven d.d. 21 Augustus 1951 van secretaris CC Suriname aan aan CC Planbureau Kneuterdijk 6,
’ s-GRAVENHAGE.

- Hierbij deel ik U mede, dat met ingang van 30 Juli 1951 is opgericht de Stichting Planbureau Suriname, waarvan tot Directeuren zijn benoemd de heren Prof. van Lier en Dr. À Campo. Deze Stichting treedt in de plaats van het Coördinatie College voor Suriname, dat op genoemde datum heeft opgehouden te bestaan.-

Ook na de oprichting van de Stichting Planbureau Suriname was voorzien in een Surinaamse en een Nederlandse afdeling en in de opzet rekening gehouden met voor de huisvesting in een 'modern gebouw' het latere Regeringsgebouw thans het Dr. Ir. Frank Essedgebouw.

Passages uit de brief van de secretaris Coördinatie College Afdeling Suriname van 19 jan. 1951 met betrekking tot de taken en initiële bemensing van het Planbureau.

.. “Voor het vervullen van deze functie is gedacht aan de volgende opzet van de Surinaamse Afdeling (personen ) w.o: 1 econoom, algemeen secretaris, 1 accountant met kennis van moderne methode van overheidsfinanciering, 1 jurist voor de legislatieve arbeid, 1 socioloog voor het verrichten van sociaal cultureel onderzoek, 1 statisticus (tijdelijk ½ jaar voor de opzet van een modern statistiek bureau, eveneens door het Planbureau te financieren, waarna deze functionaris desgewenst in Overheidsdienst kan worden opgenomen, 1 kantoorhoofd en 2 steno typisten.
De wetenschappelijke en industriele research voorzover door of onder auspiciën van het Planbureau te verrichten, zal hoofdzakelijk door de economische en financiele sector in Nederland bekeken worden, doch kantoorruimte en typisten zullen bij onderzoek ter plaatse door de Surinaamse afdeling ter beschikking dienen te worden gesteld. Hierom is in de opzet ook gedacht aan de bouw van een modern kantoorgebouw, waarvan in Suriname zoveel behoefte bestaat. De uitgaven laten zich in 2 categoriën splitsen:

  1. Eenmalige uitgaven (gebouwen en inrichtingskosten) - f 120.000
  2. Jaarlijkse uitgaven (personeel, materieel, MOP, reiskosten en overige) - f 100.000

Behuizing na 1950

De Gouverneur was in de periode 1947 tot 1950 de voorzitter van het Coördinatie College
(het Planbureau)
Pand in het Fort Zeelandia waar het Planbureau kantoor hield
(Jaarverslag Stichting Planbureau Suriname 1954)
Kaiser Frazer of Bourne gebouw (uiterst links) aan de Waterkant 22; Het Planbureau was hierin gevestigd van 1951-1955. Is opgegaan in het huidig gebouw van de Centrale Bank van Suriname
 
Het pand aan de Gravenstraat (nu Henck Arronstraat) #5. Het Planbureau was van 1955-1968 hierin gehuisvest. Tegenwoordig houdt het verzekeringsbedrijf Assuria hierin kantoor. Het TJP-gebouw/Het Regeringsgebouw en tegenwoordig het Dr.Ir. Frank Essedgebouw. Is in gebruik sedert 30 maart 1968. Vanaf 1968 tot heden is het Planbureau hier gevestigd.  

Uit jaarverslag 1956 Stichting Planbureau Suriname

Op 8 augustus 1955 verhuisde het kantoor van de Stichting Planbureau Suriname, in verband met ruimtegebrek, van de Waterkant 22, het zg Kaiser- Frazer of Bourne gebouw (in de vijftiger) jaren, naar een daarvoor gehuurd en op kosten van de Stichting tot kantoor ingericht particulier pand aan de Gravenstraat 5.


Onderstaand passages uit de toelichting d.d. 18 mei 1962 van de Onderdirekteur O.W. & V., Bouwkundige Dienst, Ir. M. Nahar.

TOELICHTING BIJ HET NIEUWE KANTOORGEBOUW VOOR HET MINISTERIE VAN OPBOUW EN HET PLANBUREAU SURINAME, ETC.

INLEIDING
De kantooraccomodatie van de overheidsdiensten is, ondanks de vele tot stand gekomen verbeteringen, nog verre van rooskleurig. De uitbreiding der diensten, als gevolg van de bevolkingstoename en de economische expansie enerzijds, en de hiermede geen gelijke tred gehouden hebbende uitbreiding der kantooraccomodatie en restauraties anderzijds, waren aanleiding voor een slechts zeer onbevredigende behuizing van het Ministerie van Opbouw. Deze slechte huisvesting met splitsing van vrijwel alle onderdelen van dit Ministerie in vaak ver van elkaar gelegen panden, kan niet langer worden voortgezet. Bijgaand ontwerp van het skelet, c.a. voor de nieuwe behuizing aan de Dr. Sophie Redmondstraat vermag een beeld te geven van de ruimtelijke opzet.

SITUATIE EN VERSCHIJNINGSVORM
Aan de Dr. Sophie Redmondstraat, tussen de Calorschool en de polikliniek was domeingrond beschikbaar, waarvan de voor dit grote gebouw vereiste draagkracht der bodem voldoende bleek, na kontrole door de dienst TNO in Delft/Nederland. Ook uit stedebouwkundig oogpunt moet deze plaats aanvaardbaar worden geacht in verband met de verheffing van de Dr. Sophie Redmondstraat tot boulevard, in welks kader reeds verscheidene plannen zijn gerealiseerd, terwijl voorts in front van het onderhavige bouwwerk het monument voor de gevallenen bij de opbouw van ons land, zal verschijnen.

De verschijningsvorm van het zes lagen hoge Kantoorgebouw is een strak volume van ongeveer 14 x 46 m grondvlak bij een hoogte van 26 m, dat middels het betonskelet wordt opgedeeld in traveën van 3m, zodat een sterk vertikaal karakter wordt verkregen. Voor de verhoudingen in de gevel en tevens voor de oplossing der dilatatievoegen zijn de drie eindtraveën naar voren geplaatst.terwijl de traveën der middenpartij terug liggen. Ter verzorging en versterking van een zekere monumentaliteit kreeg het gebouw een symetrie-as. In deze as ligt vanzelfsprekend de entree, waarvan de vorm logisch uit de skeletkonstruktie voortkomt. Het aanzicht der zijgevels wordt in hoofdzaak beheerst door bordessen, welke, verbonden door trappen, tevens een vluchtmogelijkheid waarborgen.

De beëindigingsstruktuur van het dak wordt gevormd door jukken, welke partieel een afdekking dragen, waardoor een plezierig dakterras wordt geschapen. Als accomodatie zijn hier een pantry, enkele toiletten en een berging geprojekteerd. Aan de achterzijde ligt het centraal gelegen liften- en trappenhuis, dat alle lagen, inklusief het dakterras, met elkaar verbindt. Dit element springt uit de gevel vanwege zijn zelfstandige funktie en om de gangen tussen rechter- en linkervleugels der verdiepingen niet te onderbreken. Het gehele skelet wordt, zowel wat de buitengevels als de binnenafscheidingen betreft, voorzien van houten puien, welke een zo groot mogelijke dwarsventilatie waarborgen.In verband met de zonwering en lichtdiffusering zijn achter alle buitenpuien b.v. Luxaflex-jalouziën geprojekteerd. Door deze beide voorzieningen zal het niet nodig zijn het gebouw van een airconditioning te voorzien.

ONDER TE BRENGEN AFDELINGEN EN VOORZIENINGEN
In dit kantoorgebouw zullen in eerste instantie slechts diensten van het Ministerie van Opbouw worden ondergebracht, alsmede enkele afdelingen van andere ministeries, welke in nauwe relaties met het Ministerie van Opbouw werken. Alszodanig zijn, behalve voor het Ministerie van Opbouw, ruimten geprojekteerd ten behoeve van het Planbureau Suriname, het Domeinkantoor, het Bureau Landelijke Opbouw, de Landmeetkundige Dienst, het Centraal Bureau voor Luchtkaartering en het Statistiek Bureau.

De bruto-oppervlakte van iedere laag bedraagt 608 m2. Van deze oppervlakte zal bij de begane grond 247 m2 bestemd worden voor entree, verkeersruimten en toiletten, zodat op een nuttige kantooroppervlakte van 362 m2 kan worden gerekend. Voor de verdiepingen bedraagt de nuttige kantooroppervlakte 408 m2. De totale kantooraccomodatie zal kunnen wor den opgedeeld door middel van per travee verplaatsbare tussenpuien, zodat kabinetten kunnen worden verkregen met een oppervlakte van ongeveer 15 m2, en ruimten met een oppervlakte van veelvouden hiervan. Met de betrokken diensten zal tijdig overleg worden gepleegd teneinde tot een doelmatige indeling te komen. Per verdieping zijn geprojekteerd:
- de toegangen tot de liften en hoofdtrap;
- de aansluiting op de bordessen met vluchttrap;
- verder twee toiletgroepen, een pantry en een werkkast.

De kelderruimte biedt mogelijkheid tot het onderbrengen van archieven, waarvoor 338 m2 beschikbaar is, terwijl hier tevens de centrale voorzieningen zoals waterleiding met hydrofoor, de elektrische- en telefooninstallatie een plaats kunnen vinden.

UITVOERING DER WERKZAAMHEDEN
Teneinde de bouw sneller te kunnen aanbesteden zal deze in twee aanbestedingsfasen geschieden n.l.:
1. de skeletbouw met de buitenpuien (z.g. ruwbouw)
2. de afbouw.

Tijdens de bouw van het eerste gedeelte kunnen de voorbereidende werkzaamheden voor de afbouw worden verzorgd. De reeds eerder genoemde mogelijkheid ten aanzien van de verplaatsbare tussenpuien waar borgt een grote flexibiliteit in de kantoorruimten. Hiertoe draagt ook in hoge mate bij de op lossing van de vrijhangende plafonds, waarboven een ruimte van ongeveer 60 cm beschikbaar is gehouden voor de algemene voorzieningen water, elektra en telefoon, welke voorzieningen zonder breek- en herstellingskosten kunnen worden veranderd, dan wel uitgebreid.

De Onder Direkteur O.W. & V.
Bouwkundige Dienst,
Ir. M. NAHAR

Paramaribo, 18 mei 1962