Balans van de Districtsbevolking’ toont vertrekoverschot voor Paramaribo en vestigingsoverschot voor Wanica
De Stichting Planbureau Suriname heeft recentelijk gepubliceerd “Balans van de Districts bevolking: een
analyse van de demografische ontwikkeling en de geografische mobiliteit van de districtsbevolking tussen 1997 en 2007”.
Op basis van de bevolkingsstatistieken over geboorte, sterfte en buitenlandse migratie van het Centraal Bureau Burgerregistratie (CBB) is de groei van de districten bepaald. Voor de geografische mobiliteit werd gebruik gemaakt van de CBB registratie van verhuizingen binnen en tussen districten.
Ontwikkeling van de bevolkingsomvang
In de periode 1997-2007 zijn er districten die een vermindering van hun bevolking hebben gekend, terwijl andere constant zijn gebleven en weer andere een gestadige toename kenden. Paramaribo, Nickerie en Coronie behoren tot de districten die hun aandeel in de nationale bevolking zagen afnemen. Saramacca heeft na een decennium een onveranderd deel in de nationale bevolking. De overige districten kennen de afgelopen tien jaren een groei van hun aandeel. De grootste groei werd genoteerd voor het district Wanica.
Aandeel districten in nationale bevolking in 1997 en 2007
| District |
1997
% |
2007
% |
Mutatie
% |
| Paramaribo |
52.4 |
49.4 |
-3.0 |
| Wanica |
17.4 |
19.1 |
1.7 |
| Nickerie |
7.8 |
6.8 |
-1.0 |
| Coronie |
0.7 |
0.6 |
-0.1 |
| Saramacca |
3.1 |
3.1 |
0.0 |
| Commewijne |
3.5 |
4.1 |
0.6 |
| Marowijne |
4.9 |
5.2 |
0.3 |
| Para |
3.0 |
3.5 |
0.5 |
| Brokopondo |
1.7 |
2.1 |
0.4 |
| Sipaliwini |
5.5 |
6.0 |
0.5 |
| Totaal |
100 |
100 |
|
Bron: CBB/Berekening Stichting Planbureau Suriname
Geografische mobiliteit
De statistieken over vertrek en vestiging tonen dat in de periode 2001-2007 jaarlijks in geheel Suriname ca, 26.000 verhuizingen binnen landsgrenzen plaatsvinden. Hiervan betreft ca.60% intradistrictverhuizing (binnen hetzelfde district) en 40% interdistrictmigratie tussen districten.
Qua leeftijdsamenstellingn blijken vrouwen in deze periode gemiddeld meer dan 54% van de migranten uit te maken. In 2007 is er zelfs een piek in de trend van ruim 56%. Deze oververtegenwoordiging van vrouwen in de intradistrictmigratie in Suriname en vooral de urbanisatie, is in lijn met de trend die in de meeste ontwikkelingslanden wordt waargenomen.
De leeftijdssamenstelling van de migranten varieert verdeeld over vier leeftijdscategorien t.w; 0-14jr,15-34, 35-60 en 60+. Voor alle districten mag worden geconcludeerd dat leeftijdsklasse 15-35, de jonge beroepsbevolking, het meest migreert. Deze groep vormt per district tussen 40% en 60% van de vertrekkende migranten. Nickerie steekt met ca. 67% van zijn vertrekkende bevolking in de categorie 15-35jr, sterk uit boven de overige districten, gevolgd door Marowijne, Coronie en Sipaliwini die ook hoge percentages hebben in deze leeftijdsgroep.
Bron: CBB/Bewerking: Planbureau
Saldo interdistrictmigratie Wat de het saldo van de interdistrictmigratie betreft, hadden slechts de districten Wanica, Para en Commewijne een vestigingsoverschot. De overige districten kenden alle vertrekoverschotten: hierbij was Paramaribo de grootste netto verliezer van bevolking. Statistieken op ressort niveau zijn slechts tot 2005 beschikbaar. In de periode 2003-2005 behoren tot de ressorten die in Paramaribo bevolkingsafname ondergingen: Rainville, Centrum en Tammenga. Het ressort Pontbuiten was binnen Paramaribo met een belangrijke bevolkingstoename, de positieve uitzondering.
Bron: CBB/Bewerking: Planbureau
Urbanisatie en contra-urbanisatie
Hoewel de bestemming van een groot deel van migranten ( 31%) tot 2007 nog Paramaribo is en deze urbanisatie decennialang de belangrijkste groeifactor was voor dit district, heeft het in de afgelopen jaren evenwel de rang van district met de hoogste vestigingssaldo’s zien veranderen in die van het district met het hoogste vertreksaldo. Deze omslag begon rond 2003. Hiermee ervaren we thans ook in Suriname het proces van contra- urbanisatie.
Contra- urbanisatie is een demografisch en sociaal proces waarbij stedelijke gebieden vertrekmigratie naar minder verstedelijkte gebieden ervaren. Dit is mede het gevolg van overbevolking en congestie van de binnenstad in combinatie met grondprijs verschillen voor woningbouwkavels en tenslotte, maar niet in het minst, de grotere vervoersmogelijkheden door uitbreiding van openbaar en vooral privé vervoer. Zolang nieuwe woongebieden niet gevolgd worden door een navenante werkgelegenheidscreatie nabij, zal verkeerscongestie op belangrijke verkeersaders die deze functionele gebieden verbinden een verschijnsel zijn waar we, mede tegen de achtergrond van een steeds toenemende personenautovoorraad, voorlopig aan zullen moeten wennen.
Bron: CBB/Bewerking: Planbureau